Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

judasluik

onzijdig (het)/ˈjydɑsˌlœyk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) getralied luik in een deur
    Eerst worden de bezoekers door het judasluik bekeken.

Etymologie

*(eponiem), , naar de verrader

Vertalingen

Engelspeephole
Fransjudas