diamantbewerker
mannelijk (de)/dijaˈmɑndbəˌwɛrkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die ruwe diamanten zo bewerkt dat ze in sieraden kunnen worden gebruiktIk woon in een klein huisje. Ik was vroeger diamantbewerker. Het is goed zo. Geen groter huis of grote auto. Misschien koop ik een nieuwe fiets. Ik fiets heel graag.Ook komen interessante cultuurhistorische aspecten die te maken hebben met diamant aan bod. Zoals de geschiedenis van de Nederlandse diamantbewerkers en hoe deze beroepsgroep zich organiseerde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek