diaspora
mannelijk/vrouwelijk (de)/diˈjɑspora/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grootschalige verspreiding van een volk over verschillende ver van elkaar af liggende landende Armeense diaspora kwam flink op gang na de Armeense genocide in de Eerste Wereldoorlog
- (religie) tussen andersdenkenden verspreid raken van leden van een geloofsgemeenschap
Etymologie
* van "διασπορά" (diasporá) "verstrooiing", in de betekenis van ‘verstrooiing buiten de landsgrenzen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
Spaansdiáspora
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek