diefstal

mannelijk (de)/'difstɑl/

Wat is de betekenis van diefstal?

diefstal betekent: (juridisch), (misdaad) het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch, misdaad (juridisch), (misdaad) het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren

Voorbeelden van "diefstal" in een zin

  • Hij werd van diefstal beschuldigd.

Betekenis en uitleg van diefstal

Diefstal is het op onrechtmatige wijze nemen van andermans spullen. Het gaat hierbij om het stelen van waardevolle of persoonlijke bezittingen, waarbij de eigenaar geen toestemming heeft gegeven voor de overdracht.

Dit woord wordt vaak gebruikt in juridische contexten, maar ook in het dagelijks taalgebruik wanneer mensen praten over gestolen goederen. Diefstal kan variëren van kleine, alledaagse incidenten, zoals het jatten van een fiets, tot grotere criminele activiteiten. Het heeft meestal een negatieve connotatie, omdat het de rechten en het welzijn van anderen schaadt.

Voorbeelden

  • Tijdens het festival werd er melding gemaakt van diefstal van meerdere telefoons uit de tassen van bezoekers.
  • De politie arresteerde een man die verdacht werd van diefstal in een plaatselijke juwelierszaak.
  • Na de inbraak voelde de familie zich niet meer veilig in hun eigen huis, omdat diefstal een grote impact had op hun gevoel van veiligheid.

Woordoorsprong

Het woord 'diefstal' is afgeleid van het Oudnederlands 'diefstal', wat verwant is aan het woord 'dief', dat iemand aanduidt die steelt.

Veelgestelde vragen over diefstal

Wat is de betekenis van diefstal?

diefstal betekent: (juridisch), (misdaad) het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren

Welk woordgeslacht heeft diefstal?

diefstal is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je diefstal in een zin?

Voorbeeld: “Hij werd van diefstal beschuldigd.

Etymologie

* Van het Middelhoogduitse diepstâle.

Vertalingen

Engelstheft
Fransvol
DuitsDiebstahl
Spaansrobo
Italiaansfurto
Portugeesroubo, furto
Russischкража
Chinees盜竊, 盗窃
Japans盗み, ぬすみ
Koreaans도둑질, 절도
Arabischسرقة
Poolskradziez, kradzież
Zweedsstöld
Deenstyveri