diefstalbeveiliging

vrouwelijk (de)/ˈdifstɑlbəˌvɛiləˌɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. technische voorziening die tegengaat dat iets gestolen wordt
    Consumenten kunnen zo in pashokjes afrekenen, waarna de app in samenwerking met het bedrijfsnetwerk de diefstalbeveiliging uitschakelt.
  2. ɡeheel van maatregelen om te voorkomen dat er gestolen wordt
    Daardoor krijgen ze al snel een inzicht in de situatie van de erfgoedorganisatie: ligging en behuizing, toestand van de infrastructuur, de aanwezige voorzieningen en routes in en naar het gebouw, eventuele knelpunten wat betreft diefstalbeveiliging en brandveiligheid.