dienstingang

mannelijk (de)/ˈdinstɪŋɣɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ingang die voor het personeel en voor leveranciers bestemd is
    Stefans Saab stond pal tegenover het monumentale grachtenpand, met de neus naar het water. Even verderop stond Hannekes knalrode Twingo. Maarten liep de trapjes op naar de voordeur en drukte op beide bellen. Toen nog een keer, en nog eens. Geen reactie. Hij liep de trapjes weer af en probeerde de bel van de oude dienstingang, die naar Hannekes kantoor voerde.{{Aut|Berg, Michael
    Het gerucht gaat dat de piccolo's tegen betaling via de dienstingang aan de achterkant van het hotel meisjes binnensmokkelen. {{Aut|Beijnum, Kees van
    Zondag stalen ongeveer twintig rijtuigen met aanspanning de show met een parade over de oprijlaan. Op dat moment stond er al een fikse rij wachtenden voor de dienstingang van het herenhuis want de organisatie liet telkens maximaal 35 bezoekers toe. Tubantia 14-augustus-2016