diepzeebodem

mannelijk (de)/dipˈsebodəm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) aardoppervlak dat zich minstens 200 meter onder het water van de oceaan bevindtOp deze diepte dringt er vrijwel geen zonlicht meer door; er worden soms ook grotere diepten als 500 of 2000 meter als grenswaarde gebruikt.
    De diepzeebodem zit vol minerale rijkdommen.

Etymologie

*, vermoedelijk een leenvertaling van "deep sea bottom"