Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

dierluizen

/ˈdirlœyzə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. orde van insecten die zich gespecialiseerd hebben in het parasiteren op andere dieren. De meeste soorten zijn vleugelloos en zeer klein, vaak slechts enkele millimeters lang. De bekendste voorbeelden zijn de zuigende luizen uit de onderorde zoals de schaamluis, de hoofdluis en de kleerluis. Maar ook de verenetende vogelluizen uit de onderorde behoren hiertoe
    Professor Henrik Enghoff is conservator van de veelpotigen, maar hij doet ook nog een paar losse insectengroepen, waaronder de bijtende en zuigende dierluizen die ik zoek.

Etymologie

**[2] op te vatten als