dagtrip

mannelijk (de)/'dɑxtrɪp/

Wat is de betekenis van dagtrip?

dagtrip betekent: korte (plezier)reis

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. korte (plezier)reis

Voorbeelden van "dagtrip" in een zin

  • Om te ervaren hoe een Game of Thrones-tour eruit ziet, boek ik een dagtrip langs opnamelocaties in het graafschap Antrim. In de bus zitten 26 thronies, waaronder Engelsen, Amerikanen, Duitsers, Australiërs en Zweden. Een moeder en dochter zijn voor twee dagen overgevlogen uit Liverpool om de dagtrip te kunnen maken, twee Amerikaanse vriendinnen en een jong Duits stelletje zijn er ook speciaal voor naar Noord-Ierland gekomen. NRC Guido Derksen 3 december 2016