dijkval
mannelijk (de)/'dɛɪkfɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het verschijnsel waarbij door verdieping van de vooroever, in combinatie met losgepakt zand in de ondergrond, een dijk inzakt en in de stroomgeul verdwijntDijken breken meestal door, omdat het water onder de dijk doorsijpelt en de dijk niet breed genoeg is om dat ondergrondse doorsijpelen van het water tegen te gaan. Als het lang genoeg doorgaat, zakt op een goed moment die dijk in elkaar, of er nu hoog water is of niet. Het is een kwestie van chronische ondermijning. Je hebt een bepaalde breedte en zwaarte nodig om die chronische ondermijning te ondervangen. Dat is het grootste gevaar voor dijkval.
Vertalingen
Engelsdike slide
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek