dikheid
vrouwelijk (de)/'dɪkhɛɪt/
Wat is de betekenis van dikheid?
dikheid betekent: het heel fors van omvang zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het heel fors van omvang zijn
- het hebben van overgewicht
Voorbeelden van "dikheid" in een zin
- Kom daar nou nog maar eens om! Een Beier met ’328’ achter op de kofferklep veinst zijn dikheid. Want hij heeft geen prachtig gebalanceerd draaiende 2,8 liter zescilinder lijnmotor onder de kap, maar gewoon een petieterig 2.0-turbovierpittertje. De Telegraaf 26 apr. 2013 [https://www.telegraaf.nl/vrij/1113650/column-jeroen-jongeneel-gebrom Column Jeroen Jongeneel: GEBROM]
- Boehoe, je moet naar het lichaam van een dikke vrouw kijken. Je realiseert je toch wel dat we in een wereld leven gevuld met agressie en oppressie, hè? Word daar eens boos over en laat mijn dikheid erbuiten." De Telegraaf 04 jan. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/457323/fatshionista-ik-ben-dik-en-draag-graag-blote-kleding Fatshionista: 'Ik ben dik en draag graag blote kleding!']
- De film opent als een kleurrijke ode aan de dikheid. Omringd door vrolijk smikkelende smulpapen doet Dik Trom mee aan een kampioenschap 'bommetje springen', dat glansrijk door hem wordt gewonnen. Dan krijgt pa Trom - door Marcel Musters met goesting vertolkt - een eigen restaurant. Het Parool 24 NOVEMBER 2010 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/dik-trom~a1063563/ Dik Trom ****]
Etymologie
* afleiding van dik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek