forsheid

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van forsheid?

forsheid betekent: het groot zijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het groot zijn

Voorbeelden van "forsheid" in een zin

  • Nicolien Sauerbreij is 1.65 meter en weegt nog geen zestig kilo, dat is zeker twintig kilo minder dan haar snowboardconcurrenten. „En dan ben ik vergeleken met mijn zusje nog fors.” Haar jongere zus, Marieke, is ook professioneel snowboarder. Ik probeer niet al te opvallend over tafel te kijken naar waar die forsheid van haar zou moeten zitten. „Grote handen”, zegt ze. Ze roffelt ermee op haar dijen. NRC Rinskje Koelewijn 14 december 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/12/14/staan-is-zonde-vanmijn-energie-1326069-a470089 Staan is zonde van mijn energie]
  • De jarenlange klimtrainingen en uithoudingsbeproevingen werpen stilaan hun vruchten af. Kenners bemerken een zekere forsheid en kracht in de pedaaltred. Tussen dit en twee jaar zal Jurgen zijn beste resultaten boeken. De Standaard 17/07/2012 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20120717_079 ANALYSE Jurgen Van den Broeck 2.0]

Etymologie

* afleiding van fors

Vertalingen

Engelssturdiness, robustness, courage