stoerheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het sterk, fors, flink en moedig zijn
    De acteur is heel benieuwd hoe de scenes waarin Berry zich kwetsbaarder opstelt overkomen op het publiek. „In dat opzicht is Berry best onhandig, op die momenten is alle stoerheid er wel een beetje vanaf.de Telegraaf 25 aug. 2017
    Maassen is zeer lovend over zijn jonge collega. "Ik vind hem erg goed. Hij is grappig, eigenzinnig, puur en bezit een wonderlijke combinatie van stoerheid en kwetsbaarheid. Als je hem kent, weet je wat ik bedoel, ken je hem nog niet dan is dit een mooie gelegenheid.”de Telegraaf 07 mrt. 2017

Etymologie

* afleiding van stoer

Vertalingen

Engelsdoggedness, toughness