dip
/dɪp/
Wat is de betekenis van dip?
dip betekent: (m): (psychologie) slechte (emotionele) periode
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m): (psychologie) slechte (emotionele) periode
- (economie) conjuncturele neergang
- (voeding) (f)/(m): dipsaus
Voorbeelden van "dip" in een zin
- Hij zit in een dip.
- 'De laatste weken zat ik in een soort van dip,' begon ze zonder enig teken vooraf.
- De economie zit in een dip.
- Geef je me de dip even?
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘inzinking’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Vertalingen
Fransdéprime
DuitsTief
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek