directeur-generaal

mannelijk (de)/dirɛkˌtørɣenəˈral/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoge leidinggevende met een brede verantwoordelijkheid
  2. ambtelijke rang op een departement, onder de secretaris-generaal en boven de directeuren
  3. hoogste leidinggevende van een van de zelfstandige ambtelijke eenheden die de Europese Commissie ondersteunen
  4. verouderd (verouderd) hoogste leidinggevende bij een groot staatsbedrijf

Etymologie

* gespeld met een koppelteken volgens spellingregel 6.I