discipel

mannelijk (de)/dɪˈsipəl/

Wat is de betekenis van discipel?

discipel betekent: (religie) (christendom) een van de volgelingen van Jezus

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (christendom) een van de volgelingen van Jezus
  2. figuurlijk (figuurlijk) trouwe volgeling van iemand die een bepaalde opvatting uitdraagt

Voorbeelden van "discipel" in een zin

  • Jezus verkreeg een aantal van zijn discipelen aan het meer van Tiberias.
  • Sakumat verbrandt zijn kist met penselen en ‘leefde nog lang en in vrede, als visser’. In zekere zin is hij een leerling of discipel geworden van de jongen, die zich gaandeweg heeft ontwikkeld tot een wijze, een dichter.

Etymologie

*misschien via "disciple" van Latijn "discipulus" "leerling"