disponeren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. beschikken over
    ...doch dat hy niet voor by kan, zyne bevreemding te kennen te geeven, dat men hier op de enkele aanvraag van ondergeschikte lieden over zulk eene aanmerkelyke somme uit 's Lands Casse disponeerde.Dagverhaal der handelingen van het Vertegenwoordigend lichaam des Bataafschen volks, 16 November 1800
  2. regelen, beschikken
    Tevens disponeerde zij, dat haar goederen na haar dood onder haar kinderen deelbaar zouden zijn.
  3. gebruik maken van iets, toepassen
    Dit orgel heeft 7 slepen, terwijl Meijer op het Alblasserdamse orgel 8 stemmen disponeerde.
  4. geld opnemen
    Uit dat onderzoek bleek, dat de X gemiddeld eenmaal per zes weken een grootbedrag disponeerde.
  5. een vordering innen
  6. aanleiding geven, de neiging doen ontstaan
    Het is zeer wel mogelijk, dat buitenkerkelijkheid meer dan kerkelijkheid tot de gang naar de prostituée disponeerde.

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse 'ponere' (plaatsen) of misschien van het Franse disposer ()

Vertalingen

Engelsabsorb, have at one's disposal
Fransdisposer
Spaansdisponer, usar