Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
dobostaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdobɔsˌtart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) goed houdbaar gebak dat bestaat uit zes laagjes biscuitdeeg met daartussen laagjes chocoladecrème en afgedekt met karamelglazuurVoor het spektakelstuk moeten de bakkers een hedendaagse versie maken van de Hongaarse dobostaart met veel karamel.
Etymologie
*(eponiem), , naar de 19e-eeuwse Hongaarse banketbakker die dit gebak in 1884 bedacht; geschreven met een kleine letter volgens
Vertalingen
DuitsDobostorte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek