dode
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdodə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die dood is, een gestorvene, overledene, lijkDe dode werd begraven.Ze raakte Olives hoofd aan, en voelde zichzelf ook dood - een dode die leefde, een geestverschijning met vlees op haar botten.Van dode levenden werden wij levende doden.
Etymologie
*Afgeleid van dood
Uitdrukkingen
- ten dode (opgeschreven)
- uit den dode opstaan
Vertalingen
Fransdéfunt, mort
DuitsTote, Tote
Spaansmuerto
Zweedsdöd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek