dode

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die dood is, een gestorvene, overledene, lijk
    De dode werd begraven.
    Ze raakte Olives hoofd aan, en voelde zichzelf ook dood - een dode die leefde, een geestverschijning met vlees op haar botten.
    Van dode levenden werden wij levende doden.

Etymologie

*Afgeleid van dood

Uitdrukkingen

  • ten dode (opgeschreven)
  • uit den dode opstaan

Vertalingen

Fransdéfunt, mort
DuitsTote, Tote
Spaansmuerto
Zweedsdöd