dodecaëder

mannelijk (de)/ˈdodekaˌedər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) een regelmatig veelvlak bestaande uit twaalf vijfhoeken
    Het is niet ongebruikelijk dat een chemisch complex de vorm van een dodecaëder aanneemt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘twaalfvlak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886

Vertalingen

Engelsdodecahedron
Spaansdodecaedro