doekoen

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdukun/

Wat is de betekenis van doekoen?

doekoen betekent: (Nederlands-Indië) beoefenaar van de volksgeneeskunde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Nederlands-Indië) beoefenaar van de volksgeneeskunde

Voorbeelden van "doekoen" in een zin

  • Saih vluchtte naar een naburig dorp waar de doekoen, de medicijnman, hem oplapte.

Veelgestelde vragen over doekoen

Wat is de betekenis van doekoen?

doekoen betekent: (Nederlands-Indië) beoefenaar van de volksgeneeskunde

Welk woordgeslacht heeft doekoen?

doekoen is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je doekoen in een zin?

Voorbeeld: “Saih vluchtte naar een naburig dorp waar de doekoen, de medicijnman, hem oplapte.

Etymologie

*van of dukun