dogma
Wat is de betekenis van dogma?
dogma betekent: (religie) (politiek) een vastomlijnd geloofsartikel dat aan geen beredenering meer is onderworpen
Betekenis
- (religie) (politiek) een vastomlijnd geloofsartikel dat aan geen beredenering meer is onderworpen
Voorbeelden van "dogma" in een zin
- Hij hield zich vast aan een dogma.
- Petje af, maar ik heb me altijd bij het inconsequente theater gehouden. Of bij het theater van de twijfel. Dat in principe vrij van elk dogma is. {{Aut|Harstad, Johan
Betekenis en uitleg van dogma
Een dogma is een vaststaand idee of geloof dat niet ter discussie staat. Het wordt vaak gebruikt om overtuigingen aan te duiden die als absoluut waar worden beschouwd, ongeacht het bewijs of de argumenten tegen die overtuigingen.
Het woord 'dogma' wordt vaak gebruikt in religieuze of ideologische contexten, waar het verwijst naar leerstellingen die als onbetwistbaar worden gezien door volgelingen. In bredere zin kan het ook verwijzen naar elke overtuiging die niet ter discussie mag worden gesteld. Het gebruik van dit woord kan soms een negatieve connotatie hebben, omdat het suggereert dat er geen ruimte is voor kritische reflectie of debat.
Voorbeelden
- In zijn toespraak verwierp hij het dogma dat succes alleen afhankelijk is van hard werken.
- De religieuze gemeenschap houdt vast aan haar dogma's, ondanks de veranderende opvattingen in de samenleving.
- Wetenschappers worden aangemoedigd om dogma's te betwijfelen en nieuwe theorieën te verkennen.
Woordoorsprong
Het woord 'dogma' is afkomstig uit het Grieks 'dogma', wat 'mening' of 'oordeel' betekent. Het heeft door de tijd heen een sterkere betekenis gekregen binnen religieuze en filosofische discussies.
Veelgestelde vragen over dogma
Wat is de betekenis van dogma?
dogma betekent: (religie) (politiek) een vastomlijnd geloofsartikel dat aan geen beredenering meer is onderworpen
Welk woordgeslacht heeft dogma?
dogma is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je dogma in een zin?
Voorbeeld: “Hij hield zich vast aan een dogma.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vastomlijnd geloofsartikel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1804