dogmaticus

mannelijk (de)/dɔxˈmatikʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die op een heel rechtlijnige manier een ideologie aanhangt
    Mnuchin is geen ideologische dogmaticus zoals sommigen in Trumps omgeving. Net als Trump is hij gewend aan glamour. De afgelopen jaren groeide Mnuchin uit tot een grote filmproducent in Hollywoord, bij onder meer The Legend of Tarzan, The Lego Movie en American Sniper, komt hij op de aftiteling voorbij. NRC Camil Driessen 16 november 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/11/16/de-economen-van-team-trump-5311145-a1532136 De economen van team-Trump]
    De gevoelsdichter, revolutionair en dogmaticus Herman Gorter hield oprecht en tegelijkertijd van drie vrouwen. Dat bewijzen de nu gebundelde, stralende brieven die hij aan zijn minnaressen schreef. Een charismaticus met een groot reservoir aan liefde! NRC Roderick Nieuwenhuis 28 november 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/11/28/naomi-klein-herman-gorter-asne-seierstad-susan-neiman-a1467105 Naomi Klein, Herman Gorter, Åsne Seierstad & Susan Neiman]

Etymologie

* afleiding van dogma