fanaticus
mannelijk (de)/fɑˈnatiˌkʏs/
Wat is de betekenis van fanaticus?
fanaticus betekent: een te vurig ijveraar voor een ideaal
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een te vurig ijveraar voor een ideaal
Voorbeelden van "fanaticus" in een zin
- Die stoere maskerade verbergt veel pijn, angst en wanhoop. Haar vermogen tot empathie wordt willens en wetens onderdrukt. Dat moet ook wel, alle mannen zijn zwijnen. Slechts heel af en toe schemert haar menselijkheid nog door. In een mooie scène komt ze op voor een collega, maar die ‘sisterhood’ in de dop loopt slecht af. Hoewel Anna en Liz zich aan verschillende uiteinden van het madonna-hoerspectrum bevinden, is er een overkomst tussen hen. Beiden leven in een sadistisch universum waar tederheid en liefde geen plek hebben en allebei worden ze onderdrukt/achtervolgd door dezelfde religieuze fanaticus. NRC André Waardenburg 11 januari 2017
Etymologie
*afgeleid van fanatiek
Vertalingen
Engelsmaniac, fanatic
Fransfanatique
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek