maniak

mannelijk (de)/maniˈjɑk/

Wat is de betekenis van maniak?

maniak betekent: persoon die ergens (op ziekelijke wijze) helemaal gek van is, een fanaat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die ergens (op ziekelijke wijze) helemaal gek van is, een fanaat
  2. (in mindere mate) krankzinnige met een pathologische obsessie b.v. een godsdienstmaniak

Betekenis en uitleg van maniak

Een maniak is iemand die zich op een extreme en vaak obsessieve manier bezighoudt met iets. Dit kan variëren van een intensieve hobby tot een dwangmatige gedraging, waarbij de persoon vaak weinig rekening houdt met andere aspecten van het leven.

Het woord 'maniak' wordt vaak gebruikt om iemand te beschrijven die met veel enthousiasme en toewijding een activiteit of interesse volgt, maar het kan ook een negatieve bijklank hebben wanneer die obsessie ten koste gaat van andere belangrijke zaken. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken om iemand te beschrijven die compleet opgaat in een bepaalde sport of hobby, tot het punt dat het ongezond wordt. Het woord kan in zowel informele als serieuze contexten worden gebruikt, afhankelijk van de situatie.

Voorbeelden

  • Hij is een echte maniak als het gaat om zijn modelbouw, hij kan urenlang aan zijn projecten werken.
  • De filmfan is zo'n maniak dat hij elke film die uitkomt in de bioscoop moet zien, ongeacht de kwaliteit.
  • Tijdens de voorbereiding op het examen gedroeg ze zich als een maniak, met stapels boeken en een strakke studietijd.

Woordoorsprong

Het woord 'maniak' is afgeleid van het Griekse 'mania', wat 'gekte' of 'obsessie' betekent. Het is door de tijd heen in verschillende talen gebruikt om een vergelijkbare betekenis over te brengen.

Veelgestelde vragen over maniak

Wat is de betekenis van maniak?

maniak betekent: persoon die ergens (op ziekelijke wijze) helemaal gek van is, een fanaat

Hoeveel betekenissen heeft maniak?

maniak heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft maniak?

maniak is een mannelijk (de).

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘iem. die een manie heeft’ voor het eerst aangetroffen in 1914

Vertalingen

Engelsmaniac
Spaansobseso