manicure

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die handen en nagels verzorgd en cosmetische behandeld
    Ze liet haar nagels lakken door een manicure.
zelfstandig naamwoord
  1. verzorging en cosmetische behandeling van handen en nagels
    Je kunt daar terecht voor het verfraaien van handen en nagels door middel van manicure.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verzorger van handen en nagels’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912

Vertalingen

Engelsmanicurist, manicure