manicheïsme
onzijdig (het)/ˌmanixeˈɪsmə/
Wat is de betekenis van manicheïsme?
manicheïsme betekent: (religie), (filosofie) openbaringsreligie uit de late oudheid en vroege middeleeuwen, sterk beïnvloed door het gnosticisme en met een grote tegenstelling tussen goed en kwaad
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie), (filosofie) openbaringsreligie uit de late oudheid en vroege middeleeuwen, sterk beïnvloed door het gnosticisme en met een grote tegenstelling tussen goed en kwaad
- (figuurlijk) denkwijze waarin de tegenstelling tussen goed en kwaad allesoverheersend is
Voorbeelden van "manicheïsme" in een zin
- Het manicheïsme is een oude religie.
- Kuitems: „In 777 heerste Tengri Bögü Khan over de Oeigoeren. Hij hing het manicheïsme aan, een gnostische variant van het christendom, en maakte er de officiële religie van. (…)"
- Het probleem is alleen dat de Amerikanen horror hebben gekaapt. Het eindigt nu altijd in dat Angelsaksische manicheïsme van goed versus kwaad, waarbij het onzichtbare het kwaad belichaamt.
Etymologie
*(eponiem) afgeleid van de naam der manicheeërs , die via Latijn "Manichaeus" en "Μανιχαίος" (Manichaíos) teruggaat op "ܡܐܢܝ ܚܝܐ" (Mānī ḥayyā) "de levende Mani", naar de 3e-eeuwse Parthische grondlegger
Vertalingen
EngelsManichaeism
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek