dolik

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdolɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) benaming voor sommige soorten gras uit het geslacht
  2. bloemplanten (bloemplanten)

Etymologie

*in het Middelnederlands afgeleid van "dol" , omdat het dieren die ervan graasde in een roes bracht, aantroffen vanaf 1305