dolik
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdolɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) benaming voor sommige soorten gras uit het geslacht
- (bloemplanten)
Etymologie
*in het Middelnederlands afgeleid van "dol" , omdat het dieren die ervan graasde in een roes bracht, aantroffen vanaf 1305
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek