doling
vrouwelijk (de)/'dolɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dwaling, afdwalingDe zondaars menen dat alle dingen vrij, veilig en zeker zijn, terwijl zij zonder berouw in hun zonden voortgaan. Het is nodig dat hen deze schellen van de ogen worden afgelicht en dat zij van die doling worden genezen.
- verkeerde opvatting of mening
Etymologie
*afgeleid van "dool"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek