doling

vrouwelijk (de)/'dolɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dwaling, afdwaling
    De zondaars menen dat alle dingen vrij, veilig en zeker zijn, terwijl zij zonder berouw in hun zonden voortgaan. Het is nodig dat hen deze schellen van de ogen worden afgelicht en dat zij van die doling worden genezen.
  2. verkeerde opvatting of mening

Etymologie

*afgeleid van "dool"