abuis
onzijdig (het)/aˈbœys/
Wat is de betekenis van abuis?
abuis betekent: misvatting, vergissing, misverstand, fout
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- misvatting, vergissing, misverstand, fout
Voorbeelden van "abuis" in een zin
- Per abuis hadden we de verkeerde brief opengemaakt.
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelsmistake
Spaanserror
Italiaanssbaglio
Poolspomyłka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek