vergissing

vrouwelijk (de)/vərˈɣɪsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets doen dat niet juist is, of een verkeerde conclusie trekken
    Een vergissing begaan.
    Ik sloeg bij vergissing linksaf in plaats van naar rechts te gaan.
    Wat was er waar, en wat begon ik op dat moment al te verzinnen? Het was heel belangrijk voor me om te weten of Quick had gewild dat ik die aanwijzingen in haar adresboek zou vinden of dat het een vergissing was.
  2. iets doen dat slecht afloopt of ongelukkige gevolgen heeft
    Op vakantie gaan naar Irak bleek een vergissing.
    Meteen toen ze de bakelieten hoorn naar haar oor bracht, wist ze dat ze een vergissing beging.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van vergissen .

Vertalingen

Engelsmistake, stumble
Franserreur
DuitsIrrtum
Spaanserror
Italiaanserrore