dolksteek
mannelijk (de)/'dɔlkstek/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een aanval met een dolk
- (~ in de rug) een (gemene) op de persoon gerichte aanval met woordenDe rechtszaak tegen dichter en anti-Zwarte Piet activist Jerry Afriyie (35) - ook bekend als Kno'Ledge Cesare - werd eerder uitgesteld. Dat voelde als een dolksteek, vertelt hij, omdat hij en zijn gezin erdoor in onzekerheid bleven. Donderdag, in een Haagse rechtszaal, komt het er eindelijk van. Twee jaar na zijn arrestatie bij de Sinterklaasintocht van 2014 krijgt Afriyie de kans om zijn verhaal te doen.Volkskrant Hassan Bahara 22 september 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek