domotica

vrouwelijk (de)/doˈmotiˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) het automatiseren van de woning aan de hand van elektronica
    Met domotica kan jij bijvoorbeeld je verwarming op afstand bedienen.

Etymologie

* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van elektronica voor thuisgebruik