donderdag

mannelijk (de)/ˈdɔndərˌdɑx/

Wat is de betekenis van donderdag?

donderdag betekent: (tijdrekening), (dag) een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening, dag (tijdrekening), (dag) een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt

Voorbeelden van "donderdag" in een zin

  • Op donderdag gaan we altijd naar onze tante.
  • En ondanks diverse tegenslagen, vertragingen en dreigende kostenoverschrijdingen staat Kepler nu dan toch klaar om de ruimte in geschoten te worden met een Delta II-raket, in de nacht van woensdag 5 op donderdag 6 maart.
  • De Touretappe van donderdag eindigt op een gevreesde Vogezentop. Die onvervalste muur zal de eerste schifting in de Tour doorvoeren.

Betekenis en uitleg van donderdag

Donderdag is de vijfde dag van de week en volgt op woensdag. Het is vaak een dag waarop mensen zich voorbereiden op het weekend, en kan ook geassocieerd worden met een gevoel van vooruitgang naar de vrijdag.

Donderdag wordt vaak gezien als een productieve dag in veel werk- en schoolomgevingen. Het is de dag waarop veel mensen hun weektaken afronden of eindelijk een project willen afmaken. Soms wordt het ook gebruikt in sociale contexten, bijvoorbeeld voor uitjes of evenementen die in het weekend plaatsvinden.

Voorbeelden

  • Op donderdag hebben we altijd teamvergaderingen om de voortgang van ons project te bespreken.
  • Ze besloot om op donderdagavond met vrienden uit eten te gaan, zodat ze vrijdag heerlijk kon ontspannen.
  • De winkels hebben vaak speciale aanbiedingen op donderdag om klanten aan te trekken voor het weekend.

Woordoorsprong

Het woord 'donderdag' komt van het Oudgermaanse 'Þunresdag', wat 'de dag van Thor' betekent, de god van donder in de Germaanse mythologie.

Veelgestelde vragen over donderdag

Wat is de betekenis van donderdag?

donderdag betekent: (tijdrekening), (dag) een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt

Welk woordgeslacht heeft donderdag?

donderdag is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je donderdag in een zin?

Voorbeeld: “Op donderdag gaan we altijd naar onze tante.

Etymologie

*van Middelnederlands "donderdach" / "donresdach", in de betekenis van ‘vijfde dag van de week’ aangetroffen vanaf 1257 (eponiem): , een leenvertaling van Latijn "dies Iovis" "dag van Jupiter" die met Wodan gelijkgesteld werd

Vertalingen

EngelsThursday
Fransjeudi
DuitsDonnerstag
Spaansjueves
Italiaansgiovedì
Portugeesquinta-feira
Russischчетверг
Chinees星期四
Japans木曜日
Koreaans목요일
Arabischالخميس
Turksperşembe
Poolsczwartek
Zweedstorsdag
Deenstorsdag