donderslag
mannelijk (de)/'dɔndərslɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) de luide knal die het inslaan van de bliksem veroorzaaktDe ene donderslag volgde op de andere in het noodweer dat ons overviel.Ze maakten uitgebreid filmpjes en juichten bij elke donderslag terwijl ik juist dieper in mijn slaapzak kroop. Ik voelde me klein en uiterst kwetsbaar.
- soort vuurwerk
Uitdrukkingen
- Dat komt als donderslag bij heldere hemel — Dat komt totaal onverwacht, totaal onvoorzien
Vertalingen
Engelsthunderclap
Franscoup de tonnerre
DuitsDonnerschlag
Spaanstrueno
Zweedsåskknall
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek