donderslag

mannelijk (de)/'dɔndərslɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) de luide knal die het inslaan van de bliksem veroorzaakt
    De ene donderslag volgde op de andere in het noodweer dat ons overviel.
    Ze maakten uitgebreid filmpjes en juichten bij elke donderslag terwijl ik juist dieper in mijn slaapzak kroop. Ik voelde me klein en uiterst kwetsbaar.
  2. soort vuurwerk

Uitdrukkingen

  • Dat komt als donderslag bij heldere hemelDat komt totaal onverwacht, totaal onvoorzien

Vertalingen

Engelsthunderclap
Franscoup de tonnerre
DuitsDonnerschlag
Spaanstrueno
Zweedsåskknall