donderspeech

mannelijk (de)/ˈdɔndərˌspiːtʃ/

Wat is de betekenis van donderspeech?

donderspeech betekent: felle, boze, beschuldigende toespraak

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. felle, boze, beschuldigende toespraak

Voorbeelden van "donderspeech" in een zin

  • Dag 9 van het EK begint met een donderspeech, afgedrukt in het Vlaamse dagblad Het Laatste Nieuws. 'Onze columnist' Jan Mulder heeft hem geschreven in een nationalistische opwelling van ongenoegen. 'De tijd is rijp voor een verbale uitbarsting van frustratie en ergernis die de kleedkamer doet ontploffen.' Vanachter zijn schrijftafel neemt Mulder de zogenoemde Rode Duivels onder vuur. Na het labbekakken tegen Italië dient het nationale elftal uit een ander vaatje te tappen. 'Jij ook, hanekam.' Bedoeld wordt middenvelder Nainggolan.Volkskrant Bart Jungmann 20 juni 2016

Vertalingen

Engelslay down law