donor
mannelijk (de)/'donɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaatVeel Nederlanders zijn bloeddonor.
- (natuurkunde) een atoom dat een elektron afstaat (-> halfgeleiders)
Etymologie
* van doneren
Vertalingen
Engelsdonor
Fransdonneur, donneuse
DuitsOrganspender, Spender
Spaansdonante
Portugeesdoador, doadora
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek