donor

mannelijk (de)/'donɔr/

Wat is de betekenis van donor?

donor betekent: (medisch) gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat
  2. natuurkunde (natuurkunde) een atoom dat een elektron afstaat (-> halfgeleiders)

Voorbeelden van "donor" in een zin

  • Veel Nederlanders zijn bloeddonor.

Betekenis en uitleg van donor

Een donor is iemand die iets waardevols, zoals organen, bloed of geld, vrijwillig afgeeft voor het welzijn van anderen. Het woord komt vaak voor in de context van gezondheidszorg, maar ook in bredere zin als het gaat om het ondersteunen van goede doelen.

Het gebruik van het woord 'donor' komt vooral voor in medische en filantropische contexten. Bijvoorbeeld, als iemand zijn of haar organen na het overlijden beschikbaar stelt voor transplantatie, wordt die persoon een orgaandonor genoemd. Ook in de wereld van fundraising en liefdadigheid wordt de term gebruikt voor mensen die financiële bijdragen leveren om projecten of initiatieven te ondersteunen.

Voorbeelden

  • Na haar overlijden werd zij als orgaandonor geregistreerd, zodat haar nieren een nieuw leven konden geven aan twee mensen.
  • Tijdens de jaarlijkse collecte vroegen de vrijwilligers om donoren die de lokale voedselbank wilden steunen met een financiële bijdrage.
  • Hij was een trouwe donor van een stichting die zich richt op het behoud van bedreigde diersoorten.

Woordoorsprong

Het woord 'donor' komt van het Latijnse 'donare', wat 'geven' betekent. Deze oorsprong benadrukt de vrijwillige aard van de daad.

Veelgestelde vragen over donor

Wat is de betekenis van donor?

donor betekent: (medisch) gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat

Hoeveel betekenissen heeft donor?

donor heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft donor?

donor is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van donor?

Synoniemen van donor zijn: gever.

Hoe gebruik je donor in een zin?

Voorbeeld: “Veel Nederlanders zijn bloeddonor.

Etymologie

* van doneren

Vertalingen

Engelsdonor
Fransdonneur, donneuse
DuitsOrganspender, Spender
Spaansdonante
Portugeesdoador, doadora