dooddoen

/ˈdodun/

Betekenis

werkwoord
  1. doodmaken, doden, doodslaan, vermoorden
    De burgerlijke partijen stelden zich ook vragen bij de methodes die de beschuldigde gebruikte. ‘Ik ga het nooit gebruiken, maar het inbrengen van lucht is volgens mij een pijnloze, snelle dood. Er zijn nog duizenden middelen, mijn professor zei altijd dat je ook met water iemand kunt dooddoen. Ook dat eerste feit kan ik vanuit mijn onderzoek begrijpen.’ De Standaard 29/01/2018 om 16:23 door rdc [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180129_03327475 ‘Dit heeft niets met moord te maken’]
  2. verslaan, overwinnen
    'Dit is niet leuk. Met alle kansen die we hadden, hadden we de match kunnen dooddoen. We speelden een goede match gespeeld, maar wat kopen we daarmee?' De ex-doelman van OHL en Beerschot maakte wel zijn debuut in de Champions League. 'Daar doe je het voor, maar om dan zo drie ballen uit de netten te pakken... Maar we moeten zo verderdoen. We zijn jong, we hebben genoeg kwaliteiten, dat hebben we wel laten zien. Maar toch, ik ga slecht slapen.' De Standaard 02/10/2013 om 23:02 door janm [http://www.standaard.be/cnt/dmf20131002_097 Kaminski: 'Wat koop je met een goede match?']
    De match tegen Lokeren bracht beterschap, maar Genk heeft zich nog steeds maar half opgericht. Anders had het een zwak Lokeren in eigen huis wel kunnen dooddoen. De Standaard 08/08/2014 door wic [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140808_01210580 Verhulst houdt Genk van eerste zege]
  3. ontkrachten van een uitspraak of redenering

Vertalingen

Engelskill