doodsgedachte

vrouwelijk (de)/'dotsxədɑxtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het denken aan de sterfelijkheid; wens om te sterven
    De dood. De onmogelijkheid van de dood. De afwezigheid van elke doodsgedachte. De dood, vlug.
    Zodoende ontstaat een diep geworteld besef van de kortstondigheid van het leven en worden de harten van de middeleeuwse Europeanen vervuld met doodsgedachten. Het is dan ook niet zonder reden dat in deze periode het lied ontstaat: ”Midden in het leven zijn wij door de dood omvangen”.