doodsuur

onzijdig (het)/ˈdotsyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het uur van iemands dood
    Als jonge man zag ik hen van dichtbij in de donkerste jaren van de aidsplaag. Ik zag echtgenoten hun stervende man omarmen in hun doodsuur, katheters plaatsen, kapotte lichamen schoonmaken. Voor mij bewees dit onomstotelijk dat homoseksuele paren tot evenveel liefde, volharding, tederheid en trouw in staat waren als heteroseksuele paren. En als ik de band tussen hen hoorde beschimpen of demoniseren, wegwuiven of kleineren, dan werd het verdriet daarom een soort aansporing. NRC A. Sullivan 23 juli 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/07/23/niets-is-zo-amerikaans-als-het-homohuwelijk-12027033-a1189720 Niets is zo Amerikaans als het homohuwelijk]
  2. tijdstip dat iets verouderd raakt en niet meer gebruikt wordt
    Maar toen Volta in 1800 zijn eerste batterij aan de wereld presenteerde, sloeg het doodsuur voor de elektriseermachine als serieus wetenschappelijk element. NRC W. Woltz het Instrument 8 mei 1990 [https://www.nrc.nl/nieuws/1990/05/08/elektriseermachine-6929475-a1278189 Elektriseermachine]

Vertalingen

Engelslast hour