doodsverachting

vrouwelijk (de)/'dotsfərɑxtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bereidheid om een levensbedreigende actie uit te voeren, te moedig
    Dit is de weg waarover alles moet komen en gaan: 40 kilometer zand, modder, kuilen, weggeslagen stukken, haarspeldbochten. In de berm sjouwen mannen fietsen vooruit, beladen met zakken pinda's en palmolienoten. Als het heeft geregend, zakken de banden weg in de modder. Wie een brommer heeft, is koning. We zijn op weg van Kikwit naar Lusanga, in het binnenland van Congo. Chauffeur Donan neemt elke bocht met doodsverachting en een brede lach. 'Dieu est le seul protecteur de ce véhicule', staat op de sticker in zijn cabine: de enige die dit voertuig beschermt is de Heer. Volkskrant Sacha Bronwasser 4 mei 2017

Vertalingen

Engelscontempt for death