doopboek
onzijdig (het)/'dobuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) (religie) register dat voor 1811 door kerkelijke gemeenten werd bijgehouden en waarin de namen van gedoopte kinderen, hun geboorte- en doopdatum, en de namen van hun ouders en getuigen werden genoteerd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek