doophek
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bij katholieken: hek dat de ruimte voor de doop afscheidt van de rest van de kerk
- bij protestanten: hek dat een ruimte om de preekstoel omsluitDe kansel, het doophek en de herenbanken werden na de reformatie aangebracht, toen de kerk in protestante handen kwam.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek