doorbijter

mannelijk (de)/'dorbɛɪtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die niet snel opgeeft, ook niet als iets moeilijk is
    Wanneer we die jonge mannen zien ploeteren en afzien en vooral zien niet opgeven, hoe uitgeput en afgemat ze ook zijn, dan juichen we en we zijn trots, want wij behoren tot dezelfde soort, of we beelden ons in dat we tot dezelfde soort behoren, de soort die niet opgeeft. Wij zijn doorbijters. Volhouders. Volharders. Veroveraars. de Standaard ZATERDAG 1 APRIL 2017
    ‘Dom doorgaan’, dacht Thijs Oude Luttikhuis als hij er weer eens doorheen zat, als het blessureleed hem wel eens de baas dreigde te worden. De doorbijter werd gisteren beloond. In het Duitse Bonn werd hij op grootse wijze Europees Kampioen taekwondo in de klasse tot 78 kilo. Tubantia 29-mei-06
  2. iemand die te sterk zijn eigen ideeën doordrijft ook als anderen het er niet mee eens zijn

Etymologie

* van doorbijten