aanhouder
mannelijk (de)/ˈanhɑudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand (m.n. een politieagent) die iemand anders aanhoudt, die een aanhouding verricht
- iemand die vasthoudend is, niet snel opgeeft, een volhouder
Etymologie
*afgeleid van aanhouden
Uitdrukkingen
- De aanhouder wint — Wie lang genoeg volhoudt, krijgt uiteindelijk zijn zin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek