doorslaan

/ˈdoːrslan/

Betekenis

werkwoord
  1. (elektriciteit, van een stop) stukgaan zodat de verbinding doorbroken wordt
    De stoppen waren doorgeslagen omdat de bliksem was ingeslagen.
  2. alles bekennen tijdens een verhoor
    De verdachte wilde maar niet doorslaan.
  3. zonder enige remming, wild worden, gek worden
    De doorgeslagen koe rende zo de sloot in.
  4. te ver gaan met iets zodat het niet meer goed is
    Het dikke meisje sloeg door met afvallen en heeft nu anorexia nervosa.
    Meer is niet beter en minder kan juist gezond zijn. We zijn in de westerse maatschappij een beetje doorgeslagen in onze verslaving aan spullen en schulden.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Uitdrukkingen

  • de stoppen slaan bij iemand doorhelemaal wild worden, driftig worden
  • de balans slaat doorin een overweging wordt duidelijk welke van de twee mogelijkheden gaat overheersen

Vertalingen

Engelsblow, talk