doortrekken
/ˈdortrɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (een lijn, route e.d.) langer maken in dezelfde richtingDeze weg is nu doorgetrokken tot over de grens.
- (erga) zich door een gebied heen begevenWe zijn de gehele Sahara doorgetrokken.
- (ov), (sanitair) de inhoud van de stortbak van een toilet ledigenIk wilde doortrekken maar de stortbak werkt niet goed.
werkwoord
- (ov) door een materiaal heen diffunderen.Dat hele tapijt is doortrokken met die geur.
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "doretrecken", op te vatten als
Vertalingen
Engelsextend, cross, flush
Franstirer la chasse d’eau
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek