verlengen

/vərˈlɛŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) langer maken
    Als je wil dat die broek je nog past, zul je haar moeten verlengen.
  2. ov (ov) langer laten duren
    De onderhandelingen werden met twee weken verlengd.

Etymologie

*Afgeleid van lengen

Vertalingen

Engelslengthen, extend
Fransprolonger, allonger, prolonger
Duitsverlängern, verlängern
Spaansalargar, prolongar