doorzag
/ˈdo̝rzɑχ/
Wat is de betekenis van doorzag?
doorzag betekent: enkelvoud verleden tijd van doorzien
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van doorzien
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van doorzien
Voorbeelden van "doorzag" in een zin
- ... dat ik doorzag.
- ... dat jij doorzag.
- Ik doorzag.
- Jij doorzag.
Etymologie
samenstelling van door bw en zag ww **dóórzag: van dóórzien **doorzág: van doorzíén
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek