dopsleutelset
mannelijk (de)/ˈdɔpsløtəlˌsɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) handgreep aan een als hefboom werkende steel met een verzameling daaraan te bevestigen doppen in verschillende maten om bouten en moeren los of vast te draaienHet gelukkigst leek de literatuurspecialiste die automonteur werd en wegens haar buitengewone vaardigheid met de dopsleutelset dat vak zou gaan doceren.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek